SCP Repository

De SCP Repository is de online bibliotheek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). In deze bibliotheek publiceert het SCP alle onderzoeksrapporten en andere publicaties.

Gebruik het zoekvak bovenaan om publicaties te zoeken of gebruik het menu om te filteren op bijvoorbeeld publicatiedatum of auteur.

Een overzicht van alle publicaties is te vinden onder 'Communities' en dan 'SCP Publications'

Bij problemen met de repository kunt u contact opnemen met het SCP.


The SCP Repository is the online library of the Dutch Social and Cultural Planning Office (SCP). The SCP publishes all research reports and other publications in this library.

Use the search box at the top to search for publications or use the menu to filter by publication date or author, for example.

An overview of all publications can be found under 'Communities' and 'SCP Publications'

If you have problems with the repository, please contact the SCP.

  • Burgers, overheid of bedrijven: wie is aan zet?

    Kluizenaar, Yvonne de; Steenbekkers, Anja; Muiderman, Karlijn; Mangnus, Astrid; Blijleven, Wieke (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2022-11-02)
    Burgers en overheid niet op één lijn over wie aan zet is bij lokale energieprojecten Terwijl de overheid verwacht dat burgers steeds meer meedenken, mee-beslissen en meedoen, klinkt tegelijkertijd bij burgers de roep om meer regie van de overheid bij het oplossen van maatschappelijke problemen. Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar lokale energieprojecten laat zien dat burgers en lokale overheden anders denken over wie op lokaal niveau aan zet is. Dat heeft invloed op de haalbaarheid en de legitimiteit van beleid. Het SCP wijst er daarom op dat een realistischer kijk van de overheid nodig is op de rol en de verwachtingen van burgers. Bij lokale energieprojecten zou eerst helder moeten zijn wat de gewenste maatschappelijke doelen zijn die worden nagestreefd, om vervolgens afspraken te maken over wat burgers, overheden en bedrijven van elkaar kunnen verwachten. Onderdeel van het Klimaatakkoord is de ambitie dat de helft van alle lokale energie-opwekking wordt gerealiseeerd met lokaal eigendom. Met het onderzoek Burgers, overheid of bedrijven: wie is aan zet? heeft het SCP verkend hoe burgers en lokale ambtenaren kijken naar verschillende varianten van verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeenten, burgers en bedrijven bij lokale duurzame energieprojecten. Uit het SCP-onderzoek, dat bestond uit focusgroepen met burgers en lokale ambtenaren, blijkt dat een groot deel van de burgers graag ziet dat de overheid de verantwoordelijkheid op zich neemt bij het lokaal opwekken van duurzame energie. Dat terwijl lokale ambtenaren juist naar burgers kijken. Burgers en lokale ambtenaren geven beiden aan dat ze nadelen zien in een aanpak waarbij bedrijven aan zet zijn. Zij hebben wel veel vertrouwen in de competenties van bedrijven, maar minder in de intenties van commerciële partijen, waarbij de belangen van burgers op spanning zou kunnen komen te staan met het winstoogmerk van bedriiven. Overeenstemming over de richting, niet over aanpak Veel burgers zien de urgentie en het belang van de energietransitie, maar zijn kritisch over de haalbaarheid en wenselijkheid als de verantwoordelijkheid voor lokale energieprojecten bij burgers gelegd wordt. Bewonersgroepen hebben volgens de deelnemers daar niet altijd de kennis, deskundigheid, menskracht en middelen voor. Zij maken zich ook zorgen of iedereen wel mee kan doen en mee kan profiteren. Een deel van de burgers ziet dan ook liever dat de overheid (bijvoorbeeld de gemeente) die verantwoordelijkheid op zich neemt, omdat die hiervoor beter geëquipeerd is dan burgers. Bovendien kan er op die manier worden gezorgd dat iedereen meeprofiteert. Lokale ambtenaren daarentegen denken juist dat de verantwoordelijkheid niet bij de gemeente kan liggen, omdat wettelijke restricties gemeenten belemmeren om zich op de markt te begeven en omdat de gemeentelijke rollen lastig verenigbaar zijn. Zij zien graag dat bewonersinitiatieven het voortouw nemen vanwege het belang van zeggenschap en van opbrengsten voor de lokale gemeenschap. Opbrengst voor lokale samenleving belangrijker dan winstmaximalisatie Burgers en lokale gemeenteambtenaren zijn het wél met elkaar eens over gewenste maatschappelijke uitkomsten van energieprojecten voor de samenleving. Zo vinden beide partijen het belangrijk dat iedereen in de gemeente meeprofiteert. Daarnaast zou voor het voordeel dat je geniet niet uit moeten maken waar je toevallig woont (bijvoorbeeld in een rijkere of armere gemeente, in een buurt mét of zónder voorlopers) en zouden rendementen terug moeten vloeien naar de samenleving. Implicaties voor beleid Bij de kritische houding van burgers en ambtenaren, lijkt het vooral te gaan over de vraag wat de beste rolverdeling tussen burgers, de overheid en bedrijven is om het maatschappelijk belang te realiseren. SCP doet dan ook de oproep om bij de uitwerking van klimaat- en energiebeleid niet te beginnen met de verantwoordelijk-heidverdeling, maar met het formuleren van de sociaal-maatschappelijke doelen. Als daar consensus over is, kan worden gekeken hoe de verantwoordelijkheid tussen betrokken partijen moeten worden verdeeld om die doelen te realiseren. In de praktijk zullen verschillende varianten van verantwoordelijkheidsverdeling naast elkaar bestaan. Wanneer burgers daarin een rol kunnen spelen, is het belangrijk dat duidelijk is wat er van hen wordt verwacht, hoe zij daarin kunnen worden ondersteund en of ze die verantwoordelijkheden ook redelijkerwijs kunnen dragen. Hoewel deze studie inzoomt op de visie van burgers en lokale ambtenaren op een grotere verantwoordelijkheid van burgers in de lokale energietransitie, kunnen de uitkomsten breder worden benut. Overheden zullen in dat kader rekening moeten houden met wat mensen kunnen en willen, en wat dat betekent voor de effectiviteit van beleid. Bij zowel de energietransitie als bij de aanpak van andere maatschappelijke vraagstukken zou, stelt het SCP, vooraf duidelijk zijn moeten zijn welke maatschappelijke doelen men op de langere termijn wil realiseren en wat burgers en overheden en bedrijven daarbij van elkaar kunnen verwachten.
  • Mensbeelden bij beleid

    Gebhardt, Winnie; Feijten, Peteke (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2022-10-20)
    Een mensbeeld is een veronderstelling over wat mensen willen, kunnen en hoe ze zich gedragen. Beleidsmakers zijn zich vaak niet bewust dat de mensbeelden waar ze vanuit gaan bij het maken van beleidskeuzes te gesimplificeerd, te optimistisch of te somber zijn. Dat kan ertoe leiden dat mensen tussen wal en schip terechtkomen of tekort worden gedaan. Met het essay Mensbeelden bij beleid: bewust worden, bespreken en bijstellen, zet het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) voor het eerst wetenschappelijke kennis over mensbeelden in beleid op een rij en worden handvatten geboden om met realistischer mensbeelden te komen tot beleid dat recht doet aan de pluriformiteit van de Nederlandse samenleving.
  • Zin verzoet de arbeid

    Versantvoort, Maroesjka (2022-10-14)
    Hoe arbeid en zingeving tot een win-win situatie kunnen leiden Een groot deel van ons leven besteden we aan werken. Maar wat is de betekenis van werk? Hoe belangrijk is werken in ons leven? En hoe draagt werken bij aan het ervaren en verliezen van zin in ons leven? Deze vragen adresseert Maroesjka Versantvoort in haar inaugurele rede bij de aanvaarding van haar ambt als bijzonder hoogleraar Arbeid en Zingeving aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). De rede met als titel ‘Zin verzoet de arbeid; over arbeid en zingeving in een paradoxale samenleving’ spreekt zij uit op vrijdag 14 oktober 2022 in Groningen. Werk neemt in het leven van mensen en binnen de samenleving een belangrijke plek in. Je werk maakt deel uit van wie je bent. Het bepaalt mede je identiteit, je plek in de samenleving, hoe je je kunt ontwikkelen, geeft structuur en doel, en zorgt voor sociale contacten. Daarmee kan werk zingeving toevoegen aan het leven van mensen. Zeker nu de rol van religie afneemt, is voor sommige mensen werk inmiddels dé bron van zingeving in het leven. En neemt het de plek in die voorheen religie had. “Voor driekwart van de Nederlanders is inhoudelijk leuk werk belangrijk,” aldus Maroesjka Versantvoort. “Werk waarin je jezelf kunt ontplooien of werk waarmee je anderen kunt helpen. Zelfs zo belangrijk dat de helft van de werkenden ook zou willen werken als dat niet meer zou hoeven voor het geld. Slechts een kwart zou in dat geval willen stoppen met werken.” Zowel individueel als in de samenleving als geheel wordt er alleen steeds meer van betaald werk verwacht. Dit kan mensen onder druk zetten en ertoe leiden dat mensen vastlopen in hun werk, waardoor het tegenovergestelde van zingeving ontstaat. Gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt is de roep om meer uren te gaan werken. Daarmee komt het samenspel tussen zingeving en arbeid verder onder druk te staan. Want meer werken leidt niet automatisch tot meer zingeving. Sterker nog: voor sommige mensen kan de vraag om ‘meer, meer, meer’ juist tegengesteld werken, waardoor welzijn en gezondheid onder druk komen te staan. Uit onderzoek blijkt dat 1,2 miljoen werkenden in Nederland op dit moment last hebben van burn-outklachten en dit cijfer stijgt, zeker bij jongeren. Maroesjka Versantvoort, die namens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de leerstoel aan de PThU bekleedt, stelt dat daar dan ook een belangrijke opgave ligt voor de samenleving. Het SCP verkent en verklaart hoe met onze samenleving en de kwaliteit van leven van mensen gaat. Daar zijn werk en zingeving belangrijke onderdelen van. Want met de juiste combinatie van zingeving en werk, door te streven naar werk en werkomstandigheden die zingevend zijn, kan een win-win-situatie gerealiseerd worden. Zowel voor het individu als voor de samenleving. Zingeving versterkt immers de positieve aspecten van werk en werk is een belangrijke bron voor zingeving. Mensen die zingeving ervaren in hun leven zijn actiever, gezonder, welvarender en gelukkiger. Dé vraag voor de toekomst, en daarmee ook een van de centrale vragen binnen de leerstoel, is hoe deze win-win-situatie eruit ziet, hoe die te creëren valt en wat het vraagt van alle betrokkenen: werkgevers, werknemers, overheid én religieuze organisaties. Hierbij wordt vanzelfsprekend ook naar de andere kant van de medaille gekeken: hoe voorkomen we zinondermijnend werk of zinondermijnende aspecten van werk, en wat vraagt dit van alle betrokkenen? Versantvoort geeft in haar oratie alvast aan dat werkgevers en andere organisaties, waaronder kerken en de overheid, in ieder geval aan zet zijn: “Als er bij bedrijven en organisaties meer aandacht komt voor zingeving, ontstaan er vermoedelijk minder gezondheidsproblemen en vallen er minder mensen uit.” Verder bepleit zij dat een hernieuwd perspectief nodig is op de betekenis van werk. Ook theologisch.
  • Gevestigd, maar niet thuis

    Dagevos, Jaco; Damen, Roxy; Voogd-Hamelink, Marian de (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2022-10-11)
    Vaak onbehagen bij tweede generatie met migratieachtergrond Mensen met een migratieachtergrond die al langer in Nederland zijn of in Nederland zijn geboren zijn somber over het politieke systeem en ervaren vaak discriminatie vanwege hun afkomst. De helft van hen vindt Nederland geen gastvrij land voor mensen met een migratieachtergrond. Dat blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat vandaag verschijnt. Om werk te maken van een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen en zich gepresenteerd voelt, benadrukt het SCP dat anti-discriminatiebeleid onderdeel moet zijn van integratiebeleid. Het SCP-onderzoek Gevestigd maar niet thuis geeft inzicht in het integratieproces van zeven migrantengroepen in Nederland. De grootste onderzochte groepen zijn de mensen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Caribisch-Nederlandse achtergrond. Dit noemen we gevestigde groepen: velen van hen wonen al langer in Nederland of zijn hier geboren. Hoewel in vergelijking met hun ouders het opleidingsniveau en de arbeidsmarktpositie van de tweede generatie sterk zijn verbeterd, ervaart deze groep juist meer uitsluiting en discriminatie. Er is sprake van een integratieparadox: juist degenen met een betere sociaal-economische positie voelen zich het vaakst buitengesloten. Ervaren discriminatie en onbehagen Uit het onderzoek blijkt verder dat mensen met een Surinaamse en Caribisch-Nederlandse achtergrond ook vaak discriminatie ervaren. Zij voelen zich minder door de politiek vertegenwoordigd en zijn somber over de mogelijkheden van inclusie in Nederland. De meeste personen met een Iraanse en Somalische achtergrond zijn als vluchteling naar Nederland gekomen. Zij ervaren - in vergelijking met de genoemde gevestigde groepen - minder uitsluiting en zijn vaker tevreden met het politieke systeem. Maar ook bij de tweede generatie van deze migrantengroepen zien we dat het gevoel van onbehagen stijgt. Steeds diversere samenleving In het onderzoek zijn ook mensen zonder migratieachtergrond bevraagd. Daaruit blijkt dat ruim tweederde van hen overwegend positief staat tegenover de culturele diversiteit in ons land (71%). Van de mensen met een migratieachtergrond vindt 90% het een goede zaak dat de samenleving bestaat uit groepen met een verschillende culturele achtergrond. Ondanks de overwegend positieve houding van de meeste mensen in Nederland, heeft een deel van hen zorgen over de steeds grotere diversiteit van onze bevolking. Verder weten we uit ander onderzoek dat mensen zich zorgen maken over verdringing op de woning- en de arbeidsmarkt. De uitkomsten van dit onderzoek onderstrepen het belang van de maatschappelijke opgave om het samenleven tussen bevolkingsgroepen in goede banen te leiden. Opgaven voor beleid Dit onderzoek maakt daarmee duidelijk dat naast de klassieke opgave van integratiebeleid om de sociaal-economische positie van migrantengroepen te verbeteren, ook het bevorderen van inclusie een belangrijke beleidsdoelstelling zou moeten zijn. Alleen op die manier kunnen we ervoor zorgen dat mensen gelijke kansen hebben, dat iedereen mee kan doen en het gevoel heeft onderdeel van de samenleving te zijn. Met andere woorden: om te komen tot een inclusieve samenleving moet integratiebeleid onlosmakelijk verbonden zijn met anti-discriminatiebeleid. De uitkomsten van dit onderzoek wijzen erop dat het belangrijk is om de sociale cohesie in ons land te bevorderen, met zowel aandacht voor het tegengaan van uitsluiting als aandacht voor de zorgen die er aan de kant van de ontvangende samenleving bestaan.
  • Een lange weg

    Merens, Ans (2022-09-23)
    Minder vrouwen aan de top door deeltijdwerk en (bedrijfs)cultuur Er werken in Nederland nog steeds minder vrouwen in topfuncties dan mannen. Dit komt onder andere doordat veel vrouwen in deeltijd werken. In veel organisaties en ondernemingen is de cultuur om managementfuncties niet in deeltijd aan te bieden, en vaak worden mensen die in deeltijd werken als minder ambitieus gezien. Hierdoor zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in managementfuncties. Om dit te veranderen moeten organisaties en ondernemingen een diversiteitsbeleid voeren met maatregelen op het gebied van arbeidsvoorwaarden en loopbaanbeleid. Daarnaast is in Nederland een maatschappelijk debat nodig over werken in deeltijd en het vervullen van een leidinggevende functie. Hoe valt het te verklaren dat er nog steeds zo weinig vrouwen als manager of topbestuurder werken? Die vraag staat centraal in het proefschrift ‘Een lange weg. De ondervertegenwoordiging van vrouwen in management en top nader verklaard’ van SCP-onderzoeker Ans Merens. Zij promoveert op 23 september 2022 aan de Universiteit Utrecht, faculteit Economische Wetenschappen.

View more