Now showing items 1-20 of 1179

    • Burgers, overheid of bedrijven: wie is aan zet?

      Kluizenaar, Yvonne de; Steenbekkers, Anja; Muiderman, Karlijn; Mangnus, Astrid; Blijleven, Wieke (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2022-11-02)
      Burgers en overheid niet op één lijn over wie aan zet is bij lokale energieprojecten Terwijl de overheid verwacht dat burgers steeds meer meedenken, mee-beslissen en meedoen, klinkt tegelijkertijd bij burgers de roep om meer regie van de overheid bij het oplossen van maatschappelijke problemen. Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar lokale energieprojecten laat zien dat burgers en lokale overheden anders denken over wie op lokaal niveau aan zet is. Dat heeft invloed op de haalbaarheid en de legitimiteit van beleid. Het SCP wijst er daarom op dat een realistischer kijk van de overheid nodig is op de rol en de verwachtingen van burgers. Bij lokale energieprojecten zou eerst helder moeten zijn wat de gewenste maatschappelijke doelen zijn die worden nagestreefd, om vervolgens afspraken te maken over wat burgers, overheden en bedrijven van elkaar kunnen verwachten. Onderdeel van het Klimaatakkoord is de ambitie dat de helft van alle lokale energie-opwekking wordt gerealiseeerd met lokaal eigendom. Met het onderzoek Burgers, overheid of bedrijven: wie is aan zet? heeft het SCP verkend hoe burgers en lokale ambtenaren kijken naar verschillende varianten van verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeenten, burgers en bedrijven bij lokale duurzame energieprojecten. Uit het SCP-onderzoek, dat bestond uit focusgroepen met burgers en lokale ambtenaren, blijkt dat een groot deel van de burgers graag ziet dat de overheid de verantwoordelijkheid op zich neemt bij het lokaal opwekken van duurzame energie. Dat terwijl lokale ambtenaren juist naar burgers kijken. Burgers en lokale ambtenaren geven beiden aan dat ze nadelen zien in een aanpak waarbij bedrijven aan zet zijn. Zij hebben wel veel vertrouwen in de competenties van bedrijven, maar minder in de intenties van commerciële partijen, waarbij de belangen van burgers op spanning zou kunnen komen te staan met het winstoogmerk van bedriiven. Overeenstemming over de richting, niet over aanpak Veel burgers zien de urgentie en het belang van de energietransitie, maar zijn kritisch over de haalbaarheid en wenselijkheid als de verantwoordelijkheid voor lokale energieprojecten bij burgers gelegd wordt. Bewonersgroepen hebben volgens de deelnemers daar niet altijd de kennis, deskundigheid, menskracht en middelen voor. Zij maken zich ook zorgen of iedereen wel mee kan doen en mee kan profiteren. Een deel van de burgers ziet dan ook liever dat de overheid (bijvoorbeeld de gemeente) die verantwoordelijkheid op zich neemt, omdat die hiervoor beter geëquipeerd is dan burgers. Bovendien kan er op die manier worden gezorgd dat iedereen meeprofiteert. Lokale ambtenaren daarentegen denken juist dat de verantwoordelijkheid niet bij de gemeente kan liggen, omdat wettelijke restricties gemeenten belemmeren om zich op de markt te begeven en omdat de gemeentelijke rollen lastig verenigbaar zijn. Zij zien graag dat bewonersinitiatieven het voortouw nemen vanwege het belang van zeggenschap en van opbrengsten voor de lokale gemeenschap. Opbrengst voor lokale samenleving belangrijker dan winstmaximalisatie Burgers en lokale gemeenteambtenaren zijn het wél met elkaar eens over gewenste maatschappelijke uitkomsten van energieprojecten voor de samenleving. Zo vinden beide partijen het belangrijk dat iedereen in de gemeente meeprofiteert. Daarnaast zou voor het voordeel dat je geniet niet uit moeten maken waar je toevallig woont (bijvoorbeeld in een rijkere of armere gemeente, in een buurt mét of zónder voorlopers) en zouden rendementen terug moeten vloeien naar de samenleving. Implicaties voor beleid Bij de kritische houding van burgers en ambtenaren, lijkt het vooral te gaan over de vraag wat de beste rolverdeling tussen burgers, de overheid en bedrijven is om het maatschappelijk belang te realiseren. SCP doet dan ook de oproep om bij de uitwerking van klimaat- en energiebeleid niet te beginnen met de verantwoordelijk-heidverdeling, maar met het formuleren van de sociaal-maatschappelijke doelen. Als daar consensus over is, kan worden gekeken hoe de verantwoordelijkheid tussen betrokken partijen moeten worden verdeeld om die doelen te realiseren. In de praktijk zullen verschillende varianten van verantwoordelijkheidsverdeling naast elkaar bestaan. Wanneer burgers daarin een rol kunnen spelen, is het belangrijk dat duidelijk is wat er van hen wordt verwacht, hoe zij daarin kunnen worden ondersteund en of ze die verantwoordelijkheden ook redelijkerwijs kunnen dragen. Hoewel deze studie inzoomt op de visie van burgers en lokale ambtenaren op een grotere verantwoordelijkheid van burgers in de lokale energietransitie, kunnen de uitkomsten breder worden benut. Overheden zullen in dat kader rekening moeten houden met wat mensen kunnen en willen, en wat dat betekent voor de effectiviteit van beleid. Bij zowel de energietransitie als bij de aanpak van andere maatschappelijke vraagstukken zou, stelt het SCP, vooraf duidelijk zijn moeten zijn welke maatschappelijke doelen men op de langere termijn wil realiseren en wat burgers en overheden en bedrijven daarbij van elkaar kunnen verwachten.
    • Mensbeelden bij beleid

      Gebhardt, Winnie; Feijten, Peteke (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2022-10-20)
      Een mensbeeld is een veronderstelling over wat mensen willen, kunnen en hoe ze zich gedragen. Beleidsmakers zijn zich vaak niet bewust dat de mensbeelden waar ze vanuit gaan bij het maken van beleidskeuzes te gesimplificeerd, te optimistisch of te somber zijn. Dat kan ertoe leiden dat mensen tussen wal en schip terechtkomen of tekort worden gedaan. Met het essay Mensbeelden bij beleid: bewust worden, bespreken en bijstellen, zet het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) voor het eerst wetenschappelijke kennis over mensbeelden in beleid op een rij en worden handvatten geboden om met realistischer mensbeelden te komen tot beleid dat recht doet aan de pluriformiteit van de Nederlandse samenleving.
    • Zin verzoet de arbeid

      Versantvoort, Maroesjka (2022-10-14)
      Hoe arbeid en zingeving tot een win-win situatie kunnen leiden Een groot deel van ons leven besteden we aan werken. Maar wat is de betekenis van werk? Hoe belangrijk is werken in ons leven? En hoe draagt werken bij aan het ervaren en verliezen van zin in ons leven? Deze vragen adresseert Maroesjka Versantvoort in haar inaugurele rede bij de aanvaarding van haar ambt als bijzonder hoogleraar Arbeid en Zingeving aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). De rede met als titel ‘Zin verzoet de arbeid; over arbeid en zingeving in een paradoxale samenleving’ spreekt zij uit op vrijdag 14 oktober 2022 in Groningen. Werk neemt in het leven van mensen en binnen de samenleving een belangrijke plek in. Je werk maakt deel uit van wie je bent. Het bepaalt mede je identiteit, je plek in de samenleving, hoe je je kunt ontwikkelen, geeft structuur en doel, en zorgt voor sociale contacten. Daarmee kan werk zingeving toevoegen aan het leven van mensen. Zeker nu de rol van religie afneemt, is voor sommige mensen werk inmiddels dé bron van zingeving in het leven. En neemt het de plek in die voorheen religie had. “Voor driekwart van de Nederlanders is inhoudelijk leuk werk belangrijk,” aldus Maroesjka Versantvoort. “Werk waarin je jezelf kunt ontplooien of werk waarmee je anderen kunt helpen. Zelfs zo belangrijk dat de helft van de werkenden ook zou willen werken als dat niet meer zou hoeven voor het geld. Slechts een kwart zou in dat geval willen stoppen met werken.” Zowel individueel als in de samenleving als geheel wordt er alleen steeds meer van betaald werk verwacht. Dit kan mensen onder druk zetten en ertoe leiden dat mensen vastlopen in hun werk, waardoor het tegenovergestelde van zingeving ontstaat. Gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt is de roep om meer uren te gaan werken. Daarmee komt het samenspel tussen zingeving en arbeid verder onder druk te staan. Want meer werken leidt niet automatisch tot meer zingeving. Sterker nog: voor sommige mensen kan de vraag om ‘meer, meer, meer’ juist tegengesteld werken, waardoor welzijn en gezondheid onder druk komen te staan. Uit onderzoek blijkt dat 1,2 miljoen werkenden in Nederland op dit moment last hebben van burn-outklachten en dit cijfer stijgt, zeker bij jongeren. Maroesjka Versantvoort, die namens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de leerstoel aan de PThU bekleedt, stelt dat daar dan ook een belangrijke opgave ligt voor de samenleving. Het SCP verkent en verklaart hoe met onze samenleving en de kwaliteit van leven van mensen gaat. Daar zijn werk en zingeving belangrijke onderdelen van. Want met de juiste combinatie van zingeving en werk, door te streven naar werk en werkomstandigheden die zingevend zijn, kan een win-win-situatie gerealiseerd worden. Zowel voor het individu als voor de samenleving. Zingeving versterkt immers de positieve aspecten van werk en werk is een belangrijke bron voor zingeving. Mensen die zingeving ervaren in hun leven zijn actiever, gezonder, welvarender en gelukkiger. Dé vraag voor de toekomst, en daarmee ook een van de centrale vragen binnen de leerstoel, is hoe deze win-win-situatie eruit ziet, hoe die te creëren valt en wat het vraagt van alle betrokkenen: werkgevers, werknemers, overheid én religieuze organisaties. Hierbij wordt vanzelfsprekend ook naar de andere kant van de medaille gekeken: hoe voorkomen we zinondermijnend werk of zinondermijnende aspecten van werk, en wat vraagt dit van alle betrokkenen? Versantvoort geeft in haar oratie alvast aan dat werkgevers en andere organisaties, waaronder kerken en de overheid, in ieder geval aan zet zijn: “Als er bij bedrijven en organisaties meer aandacht komt voor zingeving, ontstaan er vermoedelijk minder gezondheidsproblemen en vallen er minder mensen uit.” Verder bepleit zij dat een hernieuwd perspectief nodig is op de betekenis van werk. Ook theologisch.
    • Gevestigd, maar niet thuis

      Dagevos, Jaco; Damen, Roxy; Voogd-Hamelink, Marian de (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2022-10-11)
      Vaak onbehagen bij tweede generatie met migratieachtergrond Mensen met een migratieachtergrond die al langer in Nederland zijn of in Nederland zijn geboren zijn somber over het politieke systeem en ervaren vaak discriminatie vanwege hun afkomst. De helft van hen vindt Nederland geen gastvrij land voor mensen met een migratieachtergrond. Dat blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat vandaag verschijnt. Om werk te maken van een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen en zich gepresenteerd voelt, benadrukt het SCP dat anti-discriminatiebeleid onderdeel moet zijn van integratiebeleid. Het SCP-onderzoek Gevestigd maar niet thuis geeft inzicht in het integratieproces van zeven migrantengroepen in Nederland. De grootste onderzochte groepen zijn de mensen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Caribisch-Nederlandse achtergrond. Dit noemen we gevestigde groepen: velen van hen wonen al langer in Nederland of zijn hier geboren. Hoewel in vergelijking met hun ouders het opleidingsniveau en de arbeidsmarktpositie van de tweede generatie sterk zijn verbeterd, ervaart deze groep juist meer uitsluiting en discriminatie. Er is sprake van een integratieparadox: juist degenen met een betere sociaal-economische positie voelen zich het vaakst buitengesloten. Ervaren discriminatie en onbehagen Uit het onderzoek blijkt verder dat mensen met een Surinaamse en Caribisch-Nederlandse achtergrond ook vaak discriminatie ervaren. Zij voelen zich minder door de politiek vertegenwoordigd en zijn somber over de mogelijkheden van inclusie in Nederland. De meeste personen met een Iraanse en Somalische achtergrond zijn als vluchteling naar Nederland gekomen. Zij ervaren - in vergelijking met de genoemde gevestigde groepen - minder uitsluiting en zijn vaker tevreden met het politieke systeem. Maar ook bij de tweede generatie van deze migrantengroepen zien we dat het gevoel van onbehagen stijgt. Steeds diversere samenleving In het onderzoek zijn ook mensen zonder migratieachtergrond bevraagd. Daaruit blijkt dat ruim tweederde van hen overwegend positief staat tegenover de culturele diversiteit in ons land (71%). Van de mensen met een migratieachtergrond vindt 90% het een goede zaak dat de samenleving bestaat uit groepen met een verschillende culturele achtergrond. Ondanks de overwegend positieve houding van de meeste mensen in Nederland, heeft een deel van hen zorgen over de steeds grotere diversiteit van onze bevolking. Verder weten we uit ander onderzoek dat mensen zich zorgen maken over verdringing op de woning- en de arbeidsmarkt. De uitkomsten van dit onderzoek onderstrepen het belang van de maatschappelijke opgave om het samenleven tussen bevolkingsgroepen in goede banen te leiden. Opgaven voor beleid Dit onderzoek maakt daarmee duidelijk dat naast de klassieke opgave van integratiebeleid om de sociaal-economische positie van migrantengroepen te verbeteren, ook het bevorderen van inclusie een belangrijke beleidsdoelstelling zou moeten zijn. Alleen op die manier kunnen we ervoor zorgen dat mensen gelijke kansen hebben, dat iedereen mee kan doen en het gevoel heeft onderdeel van de samenleving te zijn. Met andere woorden: om te komen tot een inclusieve samenleving moet integratiebeleid onlosmakelijk verbonden zijn met anti-discriminatiebeleid. De uitkomsten van dit onderzoek wijzen erop dat het belangrijk is om de sociale cohesie in ons land te bevorderen, met zowel aandacht voor het tegengaan van uitsluiting als aandacht voor de zorgen die er aan de kant van de ontvangende samenleving bestaan.
    • Een lange weg

      Merens, Ans (2022-09-23)
      Minder vrouwen aan de top door deeltijdwerk en (bedrijfs)cultuur Er werken in Nederland nog steeds minder vrouwen in topfuncties dan mannen. Dit komt onder andere doordat veel vrouwen in deeltijd werken. In veel organisaties en ondernemingen is de cultuur om managementfuncties niet in deeltijd aan te bieden, en vaak worden mensen die in deeltijd werken als minder ambitieus gezien. Hierdoor zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in managementfuncties. Om dit te veranderen moeten organisaties en ondernemingen een diversiteitsbeleid voeren met maatregelen op het gebied van arbeidsvoorwaarden en loopbaanbeleid. Daarnaast is in Nederland een maatschappelijk debat nodig over werken in deeltijd en het vervullen van een leidinggevende functie. Hoe valt het te verklaren dat er nog steeds zo weinig vrouwen als manager of topbestuurder werken? Die vraag staat centraal in het proefschrift ‘Een lange weg. De ondervertegenwoordiging van vrouwen in management en top nader verklaard’ van SCP-onderzoeker Ans Merens. Zij promoveert op 23 september 2022 aan de Universiteit Utrecht, faculteit Economische Wetenschappen.
    • Eens deeltijd, altijd deeltijd

      Portegijs, Wil (2022-09-28)
      Deeltijdcultuur en -structuur belemmert vrouwen meer te gaan werken Vrouwen die minder gaan werken als ze een kind krijgen, blijven dat vaak de rest van hun loopbaan doen. Oorzaak is de deeltijdcultuur en –structuur in ons land, zo blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat vandaag verschijnt. Als moeders weer meer zouden gaan werken als hun kinderen ouder en zelfstandiger zijn, zou het arbeidsaanbod fors toenemen. Echter, beleid om de arbeidsparticipatie van vrouwen te verhogen, richt zich op jonge moeders. Mocht de overheid de groep oudere, in deeltijd werkende moeders tot meer werken willen bewegen, dan is een breder pakket aan beleidsmaatregelen nodig. Daarnaast vraagt de deeltijdcultuur in Nederland om een breed maatschappelijk debat over de wijze waarop in Nederland betaald en onbetaald werk is georganiseerd. Uit het SCP-onderzoek ‘Eens deeltijd, altijd deeltijd’ over de arbeidsparticipatie van vrouwen die ‘uit’ de kleine kinderen zijn, blijkt dat slechts de helft weer (iets) meer is gaan werken als de kinderen minder zorg nodig hebben. Twee op de drie moeders keert niet terug op het aantal uren dat ze werkte voordat ze kinderen kreeg. Er is vooral een toename aan arbeidsuren te zien bij moeders die toen hun kinderen klein waren niet of een tot twee dagen werkten. Met de komst van kinderen is voor de meeste moeders betaald werk definitief op een lager pitje komen te staan. Deeltijdwerk diep ingesleten Deeltijdwerk is het standaard werkpatroon geworden voor vrouwen in alle levensfasen. Ooit werd dit gezien als ideale oplossing voor werkende moeders. Ondertussen is het stevig verankerd in de organisatie van de Nederlandse samenleving en in de sociale normen en verwachtingen over mannen en vrouwen. Subtiel en minder subtiel worden vrouwen richting een deeltijdbaan geloodst als ze kinderen krijgen. Als ze dat daarvoor al niet in deden. Uit SCP-onderzoek blijkt dat de meesten in deeltijd blijven werken. Ook als de kinderen groot zijn en weinig zorg meer nodig hebben. De vrouw zelf en haar omgeving, inclusief werkgever, vinden dat vanzelfsprekend. Het blijkt vaak te weinig aantrekkelijk of niet goed mogelijk om de ingesleten patronen te doorbreken door weer substantieel meer te gaan werken. Moeders met oudere kinderen: vergeten groep Beleid om het arbeidsaanbod van vrouwen te verhogen, richt zich echter vooral op vrouwen met jonge kinderen. Terwijl moeders met oudere kinderen de helft uit maken van alle in deeltijd werkende vrouwen. Dit lijkt beleidsmatig een vergeten groep. Als deze vrouwen meer gaan werken, komt een aantal belangrijke doelen van het emancipatiebeleid dichterbij. Het verhoogt namelijk het aandeel vrouwen in hogere, leidinggevende functies en het aandeel vrouwen dat financieel onafhankelijk is. Ook vanwege de huidige krapte op de arbeidsmarkt zou het wenselijk zijn als het arbeidspotentieel onder deeltijd werkende vrouwen beter wordt benut. Maatschappelijk debat nodig over deeltijdcultuur Als de overheid de grote groep oudere, in deeltijd werkende moeders in beweging wil krijgen, is een breder pakket aan beleidsmaatregelen nodig dan enkel toeslagen, verlofregelingen en kinderopvang. Denk bijvoorbeeld aan sluitende dagarrangementen voor schoolgaande kinderen, een zorgvriendelijke organisatiecultuur, levensloopbaanbeleid op het werk, meer werken lonender maken en werkgevers die uitbreiding van de arbeidsduur bespreekbaar en mogelijk maken. “De vraag is of alleen een fulltime-bonus zoals het kabinet nu voorstelt, vrouwen in beweging brengt. Werken in deeltijd is niet alleen diep ingesleten in onze samenleving, maar ook in het leven van veel vrouwen zelf. Dat doorbreek je niet zo maar,” aldus Wil Portegijs, onderzoeker bij het SCP. Er moeten dus keuzes worden gemaakt over de manier waarop betaald en onbetaald werk nu in Nederland is georganiseerd, hoe we dat in de toekomst willen en wat nodig is om dat te bereiken. Gezien de ingesleten deeltijdcultuur en -structuur in Nederland zou er een breed maatschappelijk debat moeten plaatsvinden tussen alle betrokken partijen, waaronder politiek, maatschappij, werkgevers en werknemers.
    • Burgerperspectieven 2022 I 1

      Ridder, Josje den; Miltenburg, Emily; Kunst, Sander; Hul, Leonard van 't; Broek, Andries van den (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2022-09-01)
      Het vertrouwen in de politiek blijft laag. Ongeveer de helft van de Nederlanders geeft de politiek een onvoldoende. Veel mensen zijn kritisch en zetten vraagtekens bij de wil én het vermogen van de politiek om de grote problemen van dit moment aan te pakken. Aan de andere kant blijft de tevredenheid van Nederlanders over het functioneren van de democratie hoog. Dat blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat vandaag verschijnt. Het is volgens het SCP belangrijk dat kritische burgers niet afhaken. Daarom moet de overheid laten zien dat ze luistert, betrouwbaar is, keuzes uitleggen en daarnaar handelen - al is dat niet gemakkelijk met de grote uitdagingen waar het kabinet voor staat. Het vertrouwen in de Tweede Kamer en de regering is laag. Uit het Continue Onderzoek Burgerperspectieven (COB) van het SCP blijkt dat ongeveer de helft van de Nederlanders geen of weinig vertrouwen heeft in de politiek: 50% heeft voldoende vertrouwen in de regering en 51% heeft voldoende vertrouwen in de Tweede Kamer. Waar het vertrouwen bij de start van een nieuw kabinet normaal opveert, is dat nu niet het geval: ook na het aantreden van het nieuwe kabinet-Rutte IV bleef het vertrouwen erg laag. Daarbij zijn de verschillen groot: aanhangers van regeringspartijen VVD en D66 gaven de regering gemiddeld het rapportcijfer 6,9 en 6,3. Aanhangers van PvdA/GroenLinks gaven een 5,5 en aanhangers van PVV/Forum voor Democratie een 2,8. Tevreden over democratie Ondanks het lage vertrouwen, is ongeveer 70% van de Nederlanders tevreden met de manier waarop de democratie functioneert. Nederlanders waarderen vooral vrije verkiezingen en de vrijheid van meningsuiting. Toch zien de meeste mensen ruimte voor verbetering. Vooral bij de politiek: die zou beter moeten luisteren, leren van fouten en eerlijker moeten zijn. Een veelgehoorde klacht over het functioneren van het systeem is dat er te veel partijen zijn. Men vreest dat deze versplintering in het politieke landschap de samenwerking en doelmatigheid van zowel het kabinet als de oppositie vermindert. Stemming in Nederland Hoe gaat het met Nederland? De grootste groep (49%) van de ondervraagden vindt het de verkeerde kant uitgaan. Een minderheid (19%) vindt het wel de goede kant opgaan met Nederland, de rest neemt een middenpositie in of geeft geen antwoord. Dat beeld is niet nieuw: de afgelopen jaren overheerste pessimisme bij de ondervraagden over welke kant het op gaat met Nederland. Gevraagd naar de belangrijkste maatschappelijke problemen noemt men naast de politiek ook de zorg en corona, al zijn die minder dominant dan voorheen. Andere veelgenoemde problemen zijn de manier van samenleven, de groeiende inkomensverschillen en de wooncrisis. Ook wijzen mensen naar de hoge inflatie en de stijgende kosten van het levensonderhoud, vooral mensen met een kleine portemonnee. Op de vraag wat mensen juist wel goed vinden gaan in Nederland, noemt men onder andere de kwaliteit van de gezondheidszorg, de saamhorigheid en het hoge welvaartsniveau in Nederland. In de focusgroepen van mei 2022 is ook de solidariteit met Oekraïne genoemd als positief punt. Uit die gesprekken bleek verder dat de oorlog in Oekraïne en de gevolgen ervan mensen bezighoudt. Vertrouwen houden door betrouwbaar te zijn Laag vertrouwen in de politiek is niet per definitie een probleem. In een democratie horen burgers de politiek immers kritisch te volgen. Problematischer wordt het als mensen afhaken of zich actief gaan verzetten. Bijvoorbeeld omdat hun wantrouwen structureel is of omdat zij er niet meer in geloven dat de politiek bij machte of de juiste partij is om problemen op te lossen. Uit dit onderzoek blijkt dat de grootste groep Nederlanders nog steeds is aangehaakt en dat Nederlanders over het algemeen tevreden zijn met hoe de democratie functioneert. Daar staat wel een kritische houding tegenover: ook van mensen die de Tweede Kamer en de regering wel een voldoende geven. De politiek staat volgens het SCP daarom het komend jaar voor een moeilijke en belangrijke opgave: laten zien dat ze bereid zijn het gesprek aan te gaan, goed te luisteren en ook verantwoording af te leggen over de beslissingen. Daarnaast ligt er een grote uitdaging voor de politiek en overheid om concrete resultaten te boeken op een aantal complexe maatschappelijke uitdagingen zoals de woningmarkt, de opvang en integratie van asielzoekers, de stikstofcrisis en de hoge kosten van het levensonderhoud. Dat vraagt om samenhangende keuzes en daar verantwoording over afleggen en een manier van werken waarbij rechtvaardigheid, betrouwbaarheid en integriteit in het handelen van de overheid voorop staat.
    • Visitatierapport SCP 2016-2020

      Knottnerus, André (2022-05-02)
      In de tweede helft van 2021 heeft een onafhankelijke visitatiecommissie in opdracht van de Begeleidingscommissie van het Sociaal en Cultureel Planbureau onderzoek gedaan naar de beleids- en maatschappelijke relevantie, de wetenschappelijke kwaliteit en de toekomstbestendigheid van het SCP in de periode 2016-2020. Op deze pagina vindt u het visitatierapport Koersen op inzicht en impact en bijlage(s), de reactie van het SCP, en de zelfevaluatie van het SCP met bijbehorende bijlages.
    • Verwachtingen en beeld van de Europese Unie: het Nederlandse burgerperspectief

      Djundeva, Maja; Ridder, Josje den (2021-10-08)
      Houd rekening met verdeelde opinie Nederlanders ten opzichte van Europa en wees transparant over uitkomsten burgerdialoog. Uit onderzoek van het SCP over hoe Nederlanders tegen de Europese Unie (EU) aankijken, komt naar voren dat de grootste groep Nederlanders het EU-lidmaatschap steunt, al is de publieke opinie niet onverdeeld positief. De meningen over wat Europa wel of niet kan, of zou moeten betekenen voor Nederland zijn verdeeld. Het SCP vindt het belangrijk dat hier bij de burgerconsultaties over de ‘Toekomst van Europa’ rekening mee wordt gehouden. Daarnaast adviseert het SCP het kabinet om duidelijk en transparant te communiceren over wat er met de uitkomsten van de burgerconsultaties zal worden gedaan.
    • Verschil in Nederland 2014-2020

      Hoff, Stella; Vrooman, Cok; Iedema, Jurjen; Boelhouwer, Jeroen; Kuilberg, Jeanet (2021-10-07)
      In het doorlopende onderzoek ‘Verschil in Nederland’ brengt het SCP in kaart hoe de Nederlandse bevolking is opgedeeld. Uit de nieuwste editie komt naar voren dat de structurele ongelijkheden tussen zes sociale groepen in de periode 2014-2020 niet ingrijpend zijn veranderd. De economische omstandigheden waren toen overwegend gunstig, en veel beleid had tot inzet ongewenste sociale verschillen tegen te gaan. Desondanks ziet het SCP nog steeds grote contrasten tussen groepen met veel en weinig hulpbronnen (werk, inkomen, opleiding, sociale netwerken, cultureel kapitaal en gezondheid). Net als in ander SCP-onderzoek treffen we ook hier kwetsbare burgers aan die achterblijven, mede doordat achterstanden zich bij hen opstapelen binnen meerdere domeinen. Verschillen tussen mensen kunnen het leven interessant maken, maar wanneer ze leiden tot ongelijke levenskansen of sociale achterstanden is het een andere kwestie. Zulke verschillen zijn niet uitsluitend nadelig voor de mensen en groepen die aan het kortste eind trekken: ze kunnen ook negatief uitpakken voor de samenleving als geheel. Dat doet zich bijvoorbeeld voor wanneer talenten van mensen niet tot wasdom kunnen komen, wat uiteindelijk negatief is voor de collectieve welvaart en het welbevinden van de bevolking. Het onderzoek laat verder zien dat er een verband is tussen structurele ongelijkheid en sociale cohesie. De zes groepen verschillen niet alleen in de hulpbronnen waarover zij beschikken, maar ook in hun visie op de Nederlandse samenleving, de sociale spanningen die zij ervaren en hoe zij tegen de overheid aankijken.
    • Verankering van brede welvaart in de begrotingssystematiek

      Hardus, Sarah; Schellingerhout, Roelof; Reudink (PBL), Melchert; Gerwen (PBL), Olav-Jan van; Thewissen (CPB), Stefan (2022-06-30)
      De drie planbureaus (SCP, PBL en CPB) willen de overheid actief informeren over de effecten van beleidskeuzes op brede welvaart. Zij zetten daartoe concrete stappen met de ontwikkeling van een analyse-instrumentarium. Het doel is toekomstige effecten van beleid op verschillende maatschappelijke vraagstukken te analyseren zodat het mogelijk is om uitspraken te doen over ontwikkelingen. In deze voortgangsrapportage geven de drie planbureaus aan waar ze na één jaar staan en wat de ontwikkelagenda is voor de komende jaren.
    • Arbeidsmarkt in kaart: werkgevers - editie 3

      Swart, Lisette; Laan, Sanne van der; Bilo (significant APE), Nienke; Echtelt (Red.), Patricia van; Putman (Red.), Lisa; Voogd-Hamelink (Red.), Marian de (2022-07-11)
      Gezien de enorme krapte op de arbeidsmarkt is het belangrijk dat werkgevers hun medewerkers weten te behouden en voorkomen dat mensen uitvallen, maar ook dat zij kansen benutten om mensen die nu geen baan hebben aan het werk te helpen. Daarbij is meer nodig is dan goede betaling en arbeidsvoorwaarden. Het verlagen van werkdruk, het aanbieden van scholing en trainingen, het bieden van kansen voor mensen met een arbeidsbeperking en het mogelijk maken van thuiswerken zijn voorbeelden van het beter benutten van het arbeidspotentieel in Nederland. Dit concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in de derde editie van ‘Arbeidsmarkt in kaart: werkgevers’ een langlopend onderzoek onder werkgevers die vandaag verschijnt.
    • Wat maakt het verschil?

      Huijnk, Willem; Beusekom, Gabriël van (2021-12-10)
      Lesbische, homoseksuele en biseksuele jongeren tussen de 11 en 16 jaar ervaren in hun leven meer welzijns- en leefstijlproblemen dan heteroseksuele jongeren. De gezinssituatie en ervaringen op school spelen hierbij een rol. Dat is de conclusie van SCP-onderzoek naar verschillen in welbevinden, sociale relaties en leefstijl tussen jongeren met verschillende seksuele oriëntaties. LHB-jongeren kampen vaker met slaapproblemen en problematisch gebruik van sociale media en voelen zich bijna drie keer zo vaak ongelukkig als heteroseksuele jongeren. Ondanks een lichte verbetering en een afname van pesten blijft het welzijn van LHB-jongeren fors achter op dat van heterojongeren. Het SCP pleit voor doelgericht en passend beleid om de welzijnsproblematiek onder LHB-jongeren te verminderen. Erratum Op 17-1-2022 is een erratum doorgevoerd in deze publicatie. Zie voor meer informatie het downloadbestand op deze pagina.
    • Uitdagingen in het sociaal domein

      Klerk, Mirjam de; Eggink, Evelien; Echtelt, Patricia van; Kromhout, Mariska; van den Berg, Esther (2022-03-15)
      Na de verkiezingen van 16 maart staan nieuwe gemeenteraden voor grote uitdagingen om ervoor te zorgen dat mensen de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Gelet op de knelpunten én maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder de vergrijzing, de gevolgen van corona en de oorlog in Oekraïne, is het cruciaal dat zij scherpe keuzes maken in de ondersteuning die zij mensen bieden en in hoe ze dat gaan doen. Met de publicatie Uitdagingen in het sociaal domein. Nieuwe gemeentebesturen aan zet, biedt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gemeenten handvatten om tot die keuzes te komen.
    • SCP Jaarplan 2022

      Sociaal en Cultureel Planbureau (2022-08-01)
      In het vandaag gepubliceerde jaarplan staat welk onderzoek het SCP het komende jaar gaat doen op het terrein van grote maatschappelijke vraagstukken. Kansengelijkheid, participatie en talentontwikkeling, representatie en vertrouwen, de diverse bevolking in Nederland, het sociaal domein en de lokale verzorgingsstaat en brede welvaart staan centraal. Het SCP heeft de ambitie om met dit jaarplan een meer compleet beeld van Nederland en meer integrale kennis te presenteren. Waarin aandacht is voor thema’s zoals emancipatie, wonen en digitalisering.
    • Burgerperspectieven 2021 | kwartaal 4

      Ridder, Josje den; Vermeij, Lotte; Hul, Leonard van 't (2021-12-27)
      Nederlanders hechten, ook in een periode waarin ze het land voor grote maatschappelijke uitdagingen zien gesteld, sterk aan waarden als tolerantie, respect voor verschil en saamhorigheid. Over samenleven in de buurt zijn mensen positiever dan over samenleven in Nederland als geheel: samenleven in de buurt krijg als rapportcijfer een ruime zeven, samenleven in Nederland een zesje. Over Nederland als geheel maken ze zich zorgen, volgens 65% gaat het de verkeerde kant op met Nederland. Het vertrouwen in de politiek was laag in oktober 2021, en daarnaast maken burgers zich zorgen over onder andere corona, stijgende prijzen, de woningmarkt en een toenemende tweedeling in de maatschappij. Dat blijkt uit opinieonderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat vandaag verschijnt.
    • Buiten kerk en moskee

      Huijnk, Willem; Hart, Joep de; Houwelingen, Pepijn van (2022-03-24)
      Nederland is geen gelovig land meer. Atheïsten en agnosten vormen inmiddels een meerderheid onder de bevolking. Religieuze groepen zijn nu minderheden in Nederland. Daarmee is voor de meeste mensen de zoektocht naar zingeving en zelfverwezenlijking een individuele zaak. Deze maatschappelijke ontwikkelingen hebben niet alleen gevolgen voor individuen, maar ook voor de verhoudingen tussen verschillende groepen, en onze samenleving als geheel. Dat blijkt uit het onderzoek Buiten kerk en moskee van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).
    • Reflectie op het regeerakkoord 2021-2025 vanuit het burgerperspectief

      Putters, Kim; Olde Monnikhof, Marjolijn (2022-01-10)
      Het SCP stelt op basis van een eerste analyse van het coalitieakkoord dat er een belangrijke opdracht ligt voor het nieuwe kabinet om bij de uitwerking van het akkoord het leven van burgers en samenleven centraal te stellen. Het akkoord verkent kansrijke routes om maatschappelijke problemen aan te pakken, en het SCP ziet kansen voor versterking van onze welvaart en ieders welbevinden. Om dat ook te realiseren zijn echter meer randvoorwaarden nodig. Het SCP adviseert daarom bij de uitwerking van dit coalitieakkoord te werken vanuit maatschappelijke opgaven om zo effectief beleid in te richten op de lange termijn. Oog voor de sociale en culturele dimensie van het leven van burgers, zoals sociale cohesie en zorgen over samenleven, is daarbij onmisbaar en ontbreken in het coalitieakkoord. Dat staat effectief beleid in de weg.
    • Draagvlak voor het burgerforum

      Ridder, Josje den; Fiselier (RU), Toine; Ham, Carolien van (2021-11-04)
      Opinieonderzoek van de Radboud Universiteit (RU) en het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) laat zien dat een ruime meerderheid het idee van een burgerforum steunt. Uit het onderzoek komt ook naar voren dat er meer steun is voor een lokaal dan een nationaal burgerforum. Op lokaal niveau is er al de nodige ervaring met deze vorm van inspraak. Steeds vaker wordt het instrument ook op landelijk niveau voorgesteld, bijvoorbeeld om burgers te betrekken bij discussies over klimaat of de toekomst van de zorg. Een burgerforum kan een manier zijn om andere perspectieven, belangen en ervaringen in te brengen in het politieke debat. Grote uitdaging bij het organiseren van een burgerforum is het zorgdragen voor een representatieve afspiegeling van de samenleving onder de deelnemers. Onder andere lager opgeleiden zijn vaak minder geneigd mee te doen. Een burgerforum bestaat uit een groep burgers die wordt ingeloot om mee te praten over een maatschappelijk vraagstuk. Het idee is dat door loting de deelnemers een afspiegeling van de samenleving zijn. De deelnemers kunnen deskundigen raadplegen en brengen een advies uit aan de politiek. Een meerderheid (63%) steunt na de uitleg het idee van burgerfora met ingelote burgers die advies uitbrengen over maatschappelijke thema’s. Voor een lokaal burgerforum is meer steun dan voor een burgerforum op nationaal niveau: 66% vindt het een goed idee om op lokaal niveau burgerfora te houden, 54% vindt dat op nationaal niveau een goed idee. Volgens veel burgers zouden belangrijke maatschappelijke thema’s, zoals wonen, klimaat, zorg, en onderwijs, zich kunnen lenen voor een burgerforum.
    • Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa 2022

      Huijnk, Willem (2022-05-17)
      Nederlanders denken de afgelopen vijftien jaar positiever over homo- en biseksualiteit. Zeker in vergelijking met de opvattingen in andere Europese landen. Alleen in IJsland zijn ze nog positiever over homo- en biseksualiteit. Dat blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar de opvattingen van Nederlanders over LHBT’s. Het onderzoek laat echter ook zien dat de laatste paar jaar deze positieve tendens niet verder heeft doorgezet. Zo ligt zichtbare intimiteit tussen mensen van gelijk geslacht nog erg gevoelig en de acceptatie van transgender personen en seksuele diversiteit is minder groot dan die van homo- en biseksuelen.